Brein PiekFijn


Beeldend leren, Hersentraining
 

Beelddenkers


De beelddenker

Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Het geheel wordt in één oogopslag gezien. Alle informatie komt gelijktijdig binnen.

Maar beelddenken is nog meer dan denken in plaatjes. Het is een manier van ‘zijn’. Naast de leerproblemen zijn er ook vaak sociaal-emotionele problemen. Beelddenkers komen in alle lagen van de bevolking voor. Van mensen met een verstandelijke beperking tot hoogbegaafden. Van creatieve -, tot hoog gevoelige - of rechtlijnige beelddenkers. Geen enkele beelddenker is hetzelfde!

 

Ik leer anders   

Volgens de methode ‘Ik leer anders’ (2011) is er een grote groep leerlingen die ondergewaardeerd wordt. Deze groep heeft juist een gave, namelijk, het beelddenken. Bijles helpt niet echt omdat het lesmateriaal niet geschikt is voor beelddenkers. De methode ’Ik leer anders’ heeft daarom een manier gevonden om de lessen visueel aan te bieden.

 

Huidige onderwijs

Het huidige onderwijs sluit niet aan bij deze denkwijze want 95% van de mensen leert auditief, digitaal. Dit houdt in dat er dingen eerst gehoord worden en daarna beredeneerd. Ongeveer 5% van de mensen denkt alleen in beelden. In een klas zijn dit 1 of 2 leerlingen. Als een van de ouders een beelddenker is, is er 50% kans dat hun kind dat ook is.

Omdat de manier van informatieverwerking anders is dan de reguliere wijze vereist, worden deze leerlingen onzeker en ontwikkelen daardoor sneller faalangst. Bij faalangst neemt de linker hersenhelft de leiding. Deze leerlingen raken hierdoor gericht op details waardoor ze niet meer het hele overzicht zien. Het overzicht hebben ze echter nodig om de informatie op hun eigen wijze te kunnen verwerken. Het leren wordt dus nog lastiger en de faalangst nog groter.

Dit zie ik op school ook terug bij de leerlingen die ik begeleid. Als ze iets niet kunnen en ik ga het samen met hen bespreken dan zitten hun oren vaak symbolisch gezien dicht. Ik moet hen dan dicteren, doe dit, schrijf dat op enz. Ik moet dan alles in kleine stapjes vertellen en ze steeds meer kleine stapjes zelf laten doen zodat ze het vertrouwen weer krijgen dat ze het zelf kunnen. Meestal hoor je dan aan het eind: “ O, was dat alles!”

Ook kan het gebeuren dat kinderen een onverschillige houding krijgen. Dit omdat het toch nooit lukt, waarom zou je na zo vaak geprobeerd te hebben nog steeds je best doen?

 

Informatieverwerking

De hersenen bestaan uit 2 hersenhelften waarvan de rechter aanvankelijk dominanter is dan de linker. Vanaf het 3e / 4e jaar wordt de linkerhelft dominanter. Bij beelddenkers gebeurt dit echter niet. Beelddenkers willen daarom dat er direct in hun behoefte wordt voorzien. Het huilen en zwaaien met armen en benen van een baby om aandacht te krijgen, kan je vergelijken met beelddenkers die ook aandacht vragen door driftig of druk gedrag te vertonen. Er zijn echter ook beelddenkers die juist rustig en verlegen overkomen.


Hersenhelften


Iedereen gebruikt hetzelfde informatieproces. We nemen dingen op, verwerken het, dan onthouden we het zodat je het later weer kunt gebruiken. Dit kan door middel van: horen, voelen, denken en zien. De beelddenkers gebruiken hierbij voornamelijk het zien.

Beelddenkers kunnen meervoudige opdrachten en leerstof moeilijk onthouden. Dit omdat ze er geen beeld bij hebben. Op school constateerde ik dat wanneer ik bijvoorbeeld een rekenles wilde geven en zei: “Pak je rekenboek, rekenschrift, pen, potlood en liniaal” dat de beelddenkers vaak alleen een schrift of juist iets anders op hun tafel hadden. Je kan het dan nog herhalen, maar zonder hulp kunnen ze vaak niet al deze spullen op hun tafel leggen.

Ook thuis geeft dit vaak problemen want als de beelddenker bijvoorbeeld zijn jas aan moet trekken, zijn tas pakken en daarin de gymspullen doen en vervolgens ook nog drinken in de tas moet stoppen, de fiets uit de schuur halen en naar school gaan dan zijn dat te veel opdrachten. De beelddenker vergeet dan vaak dingen wat weer tot ergernis leidt. De beelddenker is het overzicht van het geheel bij dit soort opdrachten kwijt.

Dit probleem is op een beeldende manier op te lossen.

 

Gedrag

Beelddenkers herkennen zichzelf vaak als hoog sensitief. Dit omdat bij hen indrukken veel emotioneler binnenkomen want de indrukken worden niet gescheiden in gehoor, gevoel en tast maar komen als beeld in zijn geheel binnen en dat is veel intenser waardoor het ook veel langer in hun geheugen blijft. Ze lezen ook de lichaamstaal van anderen veel gemakkelijker en voelen daardoor ook emoties veel sterker aan.

Beelddenkers kijken vaak eerst de kat uit de boom omdat alle indrukken ongefilterd bij hen binnenkomen. Het is voor hen daardoor moeilijk om zich goed te oriënteren en voor buitenstaanders lijken ze daarom verlegen of wild. Doordat te veel prikkels bij beelddenkers binnenkomen kunnen ze angstig raken of concentratieproblemen krijgen. Het is voor hen dus belangrijk om regelmatig rustmomenten in te lassen. Ze kunnen wel extreem hyperfocussen op een onderwerp van hun interesse, en laten dat dan niet los. Dit is een positieve eigenschap want daardoor zijn ze vaak heel vindingrijk en kunnen de mooiste projecten uitwerken.

Op school heb ik gezien dat wanneer een beelddenker onenigheid heeft met een andere leerling, hij dan denkt voor altijd ruzie met deze leerling te hebben. Ook is het zo dat wanneer de leerkracht boos wordt ze dan soms een week lang helemaal van slag kunnen zijn en het vaak op zichzelf betrekken terwijl het helemaal niet voor hen bedoeld was. Aan het eind van de week kan je ook zien dat beelddenkers zo moe zijn dat er daardoor veel fout gaat. Ze hebben vaker ruzie, huilen meer en zijn duidelijk doodop.

Binnen een gezin en ook bij andere sociale contacten kan het voor de beelddenker en zijn omgeving lastig zijn om te functioneren. Daarom is het heel belangrijk dat de leefomgeving van de beelddenker betrokken wordt bij het hulpproces.

 

Plannen en tijdsbesef

Beelddenkers hebben geen tijdsbesef en kunnen slecht plannen en organiseren. Het is daarom noodzakelijk om een duidelijke planning met behulp van beelden te maken. Dit wordt hen door mij aangeleerd.


Zintuiglijke overprikkeling

Bij een beelddenker komt alles tegelijk binnen. Als hij dus bijvoorbeeld in de klas moet luisteren naar de leerkracht hoort hij ook wat er op de gang gebeurd, hij ruikt de inkt die uit zijn pen komt, hoort dat het gaat regenen, hoort dat er auto’s rijden, ziet dat een andere leerling zijn gum laat vallen, hoort het geritsel van papier, voelt nog de boosheid van een leerling in de pauze waardoor het in zijn hoofd erg druk is door alle prikkels die binnenkomen. Thuis moet de beelddenker deze prikkels van de hele dag nog verwerken, hierdoor is hij vaak oververmoeid, prikkelbaar en kan slecht slapen.

 

Snel associaties leggen/concentratieproblemen

De beelddenker is snel afgeleid omdat hij de wereld veel intensiever beleeft dan de woorddenker. Als je met een beelddenker bijvoorbeeld een gesprekje hebt over de boerderij, en je noemt een koe dan kan de beelddenker al snel denken aan melk, dan aan oma want die maakt van de melk chocolademelk en dat vindt hij zo lekker, maar meteen dwalen de gedachten dan weer af aan de logeerpartij bij oma waarbij hij een nieuw computerspel had gespeeld en zo zit je nog te praten over de boerderij maar dat komt niet meer binnen want de beelddenker is al bezig met het level van het computerspel wat hij speelde. Concentratie op één onderwerp is hierdoor erg moeilijk voor beelddenkers.

 

Hyperfocus

Een beelddenker kan zich hyperfocussen op een onderwerp dat zijn aandacht trekt. Het kan zeer obsessief worden. Dat moet de beelddenker leren parkeren, maar het zijn ook juist deze processen die hem uniek maken in zijn creativiteit.

                     

Voordelige - en nadelige eigenschappen voor beelddenken

Voordelige eigenschappen zijn: 

o  Creatief vermogen    

o  Nieuwsgierigheid      

o  Gevoel voor ritme    

o  Ruimtelijk inzicht  

o  Denken vanuit een totaalbeeld

o  Driedimensionaal kijken  

o  Bewust van hun omgeving

o  Verbeelding / Fantasie

o  Intensere beleving

o  Out of the box denken

o  Uitermate intuïtief

o  Denkt 1000x sneller dan een woorddenker

Nadelige eigenschappen zijn:

o  Moeite met taal, spelling en lezen

o  Moeite met cijfers en rekenen

o  Slecht in plannen zijn en weinig tijdsbesef

o  Slechte oriëntatie

o  Voorkeur voor primair denken

o  Zeer sensitief

o  Kunnen gedachten als realiteit ervaren

  


 
E-mailen
Bellen